Naar de inhoud

Gebruiker aan het woord: de waarde van de VMU

“Van ‘wijk data’ naar ‘wijk doen’”
Utrecht monitort voortdurend de gezondheid van inwoners in de stad, met de  Volksgezondheidsmonitor Utrecht. Hoe gebruiken zorgverleners deze website en waarvoor precies? We vroegen het Karolien van den Brekel, huisarts in Leidsche Rijn. Zij is tevens partner van de Gezonde Wijk alliantie Leidsche Rijn Vleuten-De Meern. Daarin werken 12 organisaties samen op het gebied van zorg, welzijn en preventie. Vanuit een gezamenlijke missie, visie en strategie bouwen de betrokken gezondheidscentra, welzijns- en thuiszorgorganisaties, buurtteams, het wijkbureau en Harten voor Sport samen met de bewoners aan een gezonde wijk.

Karolien van den Brekel, huisarts in Leidsche Rijn in Utrecht
Huisarts Karolien van den Brekel

Nieuwe feiten en trends
Karolien: “Al een aantal jaar werken wij volgens deze ‘Gezonde Wijk infrastructuur’. Daarmee bereiken we meer samenhang in initiatieven en activiteiten in de wijk. Het wijkprofiel wordt jaarlijks bekeken vanuit de data van de Volksgezondheidsmonitor Utrecht, in samenhang met data van Julius Huisartsen Netwerk en het zorggebruik. Op die manier worden nieuwe feiten en trends zichtbaar. Zoals onlangs nog het toenemend gevoel van eenzaamheid onder bewoners, of bijvoorbeeld overgewicht onder jongeren.”

Concrete acties

Stap 1 in de Gezonde Wijk aanpak is natuurlijk de vraag: hoe staat het met de gezondheid van de bewoners in de wijk? Daarvoor wordt onder andere de Volksgezondheidsmonitor Utrecht gebruikt. Deze monitor geeft ook inzicht in de subwijken, zodat je interventies veel gerichter kunt doen. Karolien: “Met deze data krijgen we goed zicht op de verschillende gezondheidsthema’s die aandacht vragen in onze wijk. En meer dan dat. Wij kunnen er als alliantie concrete acties aan verbinden. De watercampagne op scholen is daar een mooi voorbeeld van, net als de ketenaanpak rondom gezond gewicht. We zien dat er onvoldoende wordt bewogen, daarom organiseren we elk jaar de Diabetes Challenge. Inwoners kunnen dan op een laagdrempelige manier met elkaar wandelen. Het zou mooi zijn om bij de volgende Volksgezondheidsmonitor te zien of het bewegen daadwerkelijk is toegenomen in de wijk. Dus van ‘wijk data’ naar ‘wijk doen’.”