Naar de inhoud

Gezondheidsverschillen en kansengelijkheid

 

Deze speciale uitgave van de Volksgezondheidsmonitor Utrecht (VMU) over gezondheidsverschillen en kansengelijkheid beschrijft de bestaande verschillen in gezondheid, leefstijl en onderliggende oorzaken van ongezondheid in Utrecht en de ontwikkeling van deze verschillen tot aan 2019. De beschikbare cijfers dateren van vóór de coronapandemie. De impact van de uitbraak van het coronavirus en de daaropvolgende maatregelen zijn niet voor iedereen gelijk. We vullen onze cijfers daarom aan met een inschatting van de situatie tijdens de coronapandemie in Utrecht op basis van landelijke informatie over de gevolgen en risicogroepen.

Deze uitgave beschrijft verschillen tussen groepen Utrechters die worden veroorzaakt door maatschappelijke ongelijkheid. Het gaat niet over verschillen die het gevolg zijn van genetische, biologische of andere individuele determinanten van gezondheid. Deze speciale uitgave beschrijft verschillen in gezondheid, leefstijl en onderliggende oorzaken naar geslacht, leeftijd, opleiding, rondkomen, migratieachtergrond en wijk. Dit zijn indicatoren voor de verschillende omstandigheden waarin mensen opgroeien, leren, werken, wonen, leven en ouder worden. We beschrijven verschillen in gezondheid en leefstijl tussen mannen en vrouwen en leeftijdsgroepen, hoewel deze voor een (groot) deel van genetische, biologische of individuele aard zijn. De verschillen in kansen op gezondheid tussen mannen en vrouwen en verschillende leeftijdsgroepen zijn namelijk voor een (groot) deel wel het gevolg van een ongelijke maatschappelijke, economische en politieke context.

De focus op kansen op gezondheid verschuift de aandacht van de uitkomst, te weten gezondheid of leefstijl, naar de onderliggende oorzaken van ongezondheid. We onderscheiden in deze speciale uitgave gezondheidszorg, inkomenssituatie, opleiding en vaardigheden, werksituatie en werkomstandigheden, fysieke omgeving, veiligheid en sociale omgeving. Dit in navolging van de Wereld Gezondheid Organisatie (WHO) en het G4 voorstel tegen kansenongelijkheid. Deze oorzaken worden ook benoemd in het Utrechtse gecombineerde volksgezondheidsmodel. Kansen op gezondheid zijn niet voor iedereen gelijk. Daarom beschrijven we naast verschillen in gezondheid en leefstijl ook verschillen in deze onderliggende oorzaken of kansen in Utrecht en hoe deze zich de afgelopen jaren hebben ontwikkeld.

Gezondheidsverschillen en kansengelijkheid in Utrecht

In Utrecht zijn er groepen die vaker gezondheidsproblemen of een ongezonde leefstijl hebben. Dat zijn vooral inwoners met basisonderwijs, lbo of mavo en inwoners die moeite hebben met rondkomen. Zij hebben ook vaker minder kansen op een goede gezondheid. We zien bij deze groepen inwoners vaker een achterstand op de onderliggende oorzaken van ongezondheid, zoals bijvoorbeeld financiële problemen of ongunstige woonomstandigheden. In veel gevallen geldt dit ook voor inwoners van Overvecht en Zuidwest, mensen met een niet-westerse migratieachtergrond en ouderen. Deze Utrechters hebben iets meer of iets anders nodig voor gelijke kansen op een goede gezondheid.

De afgelopen jaren, tot aan 2019, groeiden vooral de achterstanden van Utrechters met een lager opleidingsniveau en van mensen die moeite hebben met rondkomen. We zien in Utrecht vooral een toename van verschillen op het terrein van inkomenssituatie, toegang tot gezondheidszorg, woonomstandigheden en sociale contacten en eenzaamheid. Dit zijn belangrijke aangrijpingspunten voor de Utrechtse aanpak van gezondheidsverschillen en kansengelijkheid.

Deze verschillen zijn tijdens de coronapandemie waarschijnlijk alleen maar groter geworden. Dit geldt met name voor verschillen in gezondheid, toegang tot gezondheidszorg, werkloosheid, de woon- en leefomgeving, sociale veiligheid en sociale contacten. De hierboven genoemde risicogroepen worden harder geraakt tijdens de coronacrisis. Er zijn ook nieuwe risicogroepen ontstaan, zoals jongeren en jongvolwassenen en mensen die minder digitale middelen of vaardigheden hebben. Deze ontwikkelingen versterken de urgentie van een gerichte aanpak van gezondheidsverschillen en kansengelijkheid.


Leeswijzer

We beschrijven hieronder verschillen bij Utrechtse volwassenen naar geslacht, leeftijd, opleiding, rondkomen, migratieachtergrond en wijk in:
  1. Gezondheid en leefstijl
  2. Gezondheidszorg
  3. Inkomenssituatie
  4. Opleiding en vaardigheden
  5. Werksituatie
  6. Fysieke omgeving
  7. Veiligheid
  8. Sociale omgeving
  9. Methode, indicatoren en databronnen
Voor elk onderwerp beschrijven we:
1.    De meest recente verschillen in Utrecht, meestal in 2018 of 2019
2.    De ontwikkeling of trends in deze verschillen tot aan 2019
3.    Geobserveerde veranderingen tijdens de coronacrisis en een inschatting van de impact op verschillen in gezondheid, leefstijl en onderliggende oorzaken

Verdeling bevolking Utrecht naar leeftijd, geslacht, opleidingsniveau, rondkomen, migratieachtergrond en wijk
42% van de Utrechters is 18 tot 39 jaar. 68% heeft een hbo of wo-opleiding. 17% heeft moeite met rondkomen. 36% heeft een migratieachtergrond.


Gezondheid en leefstijl

Veranderingen tijdens de coronacrisis

Het coronavirus en de coronamaatregelen hebben zowel positieve als negatieve effecten op de gezondheid van Utrechters. Met name groepen in kwetsbare situaties worden hard geraakt als het gaat om fysieke en mentale gezondheid. Het betreft vooral mensen die al gezondheidsachterstanden hebben, zoals mensen met een lager opleidingsniveau, mensen die moeite hebben met rondkomen en mensen met beperkte gezondheids- of taalvaardigheden. Hierdoor worden bestaande gezondheidsverschillen naar verwachting groter. Daarnaast zien we ook nieuwe groepen die door het coronavirus en de maatregelen problemen krijgen met hun gezondheid en welzijn, zoals Utrechtse jongeren en jongvolwassenen, zzp’ers en mensen met flexcontracten.

Er ontstaan ook nieuwe vormen van ongelijkheid. Bijvoorbeeld verschillen in de impact van het coronavirus en maatregelen die samenhangen met veerkracht, persoonlijkheidskenmerken en voorkeuren voor bijvoorbeeld sociale rust of sociale drukte. Waar sommige mensen nu angst en eenzaamheid ervaren, biedt de coronatijd voor anderen juist een rustige periode waarin minder druk wordt ervaren om sociaal actief te zijn. Dat is een andere scheidslijn in onze maatschappij dan de bestaande en veel benoemde scheidslijnen, zoals opleidingsniveau en rondkomen. Een scheidslijn waarbij de impact van corona op de gezondheid van mensen mede wordt bepaald door de mate waarin mensen op een veerkrachtige, gezonde manier om kunnen gaan met (telkens) een nieuwe werkelijkheid.

Verschillen in Utrecht

Verschillen in gezondheid en leefstijl zijn in 2018 het grootst tussen groepen met een verschillend opleidingsniveau of groepen die wel of geen moeite hebben met rondkomen. Utrechters met een goede gezondheid en gezonde leefstijl zijn vaker jonger dan 40 jaar, hebben een hbo- of wo-opleiding, geen moeite met rondkomen en geen migratieachtergrond. Dit geldt ook voor inwoners uit de wijken Noordoost en Oost. Een minder goede gezondheid en leefstijl komt vaker voor bij Utrechters met een lager opleidingsniveau (basisonderwijs, lbo, mavo of vmbo), die moeite hebben met rondkomen, met een niet-westerse migratieachtergrond en inwoners uit de wijk Overvecht. Verschillen tussen mannen en vrouwen zijn er vooral op het gebied van leefstijl, waarbij mannen vaker een ongezonde leefstijl hebben dan vrouwen. Daar waar de gezondheid van inwoners van 80 jaar en ouder gemiddeld het minst goed is, is hun leefstijl doorgaans beter dan van inwoners van 55 tot 79 jaar. 

Gezondheid
Kwaliteit van leven
De ervaren gezondheid van Utrechters met een hbo- of wo-opleiding is beter dan die van Utrechters met alleen basisonderwijs of een lbo- of mavo-opleiding. 56% van de Utrechters die moeite hebben met rondkomen voelt zich gezond. Dit is 84% onder Utrechters die geen enkele moeite hebben met rondkomen. De ervaren gezondheid verschilt ook tussen volwassenen met een verschillende migratieachtergrond. 62% van de volwassenen met een niet-westerse migratieachtergrond heeft een goed ervaren gezondheid. Dit is 80% onder volwassenen zonder migratieachtergrond en 82% onder volwassenen met een westerse migratieachtergrond.

Ervaren gezondheid naar opleiding, 2018

Betekenis en doel ervaren in het leven, verschilt tussen Utrechters die wel of niet kunnen rondkomen. 68% van de Utrechters die moeite hebben met rondkomen ervaart dat hun leven betekenis en doel heeft, tegenover 78% van de Utrechters die geen moeite hebben met rondkomen. Volwassenen onder de 40 jaar geven vaker aan dat zij in staat zijn zich aan te passen bij veranderingen in hun leven dan volwassenen van 80 jaar en ouder. Ook hebben zij vaker vertrouwen in de toekomst. Dit is 86% onder 19- tot 39-jarigen tegenover 54% onder 80-plussers. Utrechters die moeite hebben met rondkomen en Utrechters met een lager opleidingsniveau kunnen zich eveneens minder goed aanpassen bij veranderingen in hun leven en hebben minder vaak vertrouwen in de toekomst.

Lichamelijke en psychische gezondheid
Chronische aandoeningen, zoals hart- en vaatziekten en diabetes, komen veel vaker voor onder Utrechters met een lager opleidingsniveau. Volwassenen met alleen basisonderwijs voelen zich ook zes keer zo vaak sterk belemmerd in hun dagelijkse bezigheden door chronische aandoeningen dan volwassenen met een hbo- of wo-opleiding.

Hart- en vaatziekten naar opleiding, 2018
51% van de Utrechters met alleen basisonderwijs heeft een hart- of vaatziekte. Dit is 9% onder Utrechters met een hbo- of wo-opleiding.

De psychische gezondheid van Utrechters die moeite hebben met rondkomen is minder goed. 50% van hen heeft minimaal één psychische aandoening, vergeleken met 22% van de Utrechters die geen moeite hebben met rondkomen. Ook een hoog risico op een angststoornis of depressie komt 5,5 keer zo vaak voor onder volwassenen die moeite hebben met rondkomen dan onder volwassenen zonder moeite met rondkomen.

Leefstijl
Overgewicht en obesitas komen het vaakst voor onder Utrechters van 55 tot 64 jaar en 65 tot 79 jaar, en het minst vaak onder 19- tot 39-jarigen. Overgewicht komt 2,5 keer zo vaak en obesitas ruim 5,5 keer zo vaak voor bij volwassenen met alleen basisonderwijs dan bij volwassenen met een hbo- of wo-opleiding. Roken komt vaker voor onder Utrechters die moeite hebben met rondkomen, 32% rookt. Dit is 17% bij inwoners die geen enkele moeite hebben met rondkomen. Zelf-gerapporteerd overmatig en zwaar alcoholgebruik komen weinig voor onder Utrechters met een niet-westerse migratieachtergrond in vergelijking met Utrechters zonder migratieachtergrond. Er is een groot verschil tussen wijken in zwaar alcoholgebruik. In Leidsche Rijn is 4% van de inwoners een zware drinker, in de wijk Binnenstad is dit 17% en in Oost bijna 14%.
 
Zwaar alcoholgebruik naar wijk, 2018

Ontwikkeling in de verschillen tot aan 2019


Gezondheid
De gezondheidsverschillen worden groter tussen groepen met een verschillende opleiding en mensen die wel of geen moeite hebben met rondkomen. De gezondheidsverschillen worden over het algemeen kleiner tussen verschillende leeftijdsgroepen, groepen met een verschillende migratieachtergrond en tussen mannen en vrouwen. De groep ouderen die in Utrecht woont, is de laatste jaren steeds gezonder geworden. De gezondheid van deze groep verbetert sneller dan die van jongere groepen, waardoor het verschil kleiner wordt.

De gezondheidsachterstand van de groep die moeite heeft met rondkomen wordt steeds groter. Hun ervaren gezondheid neemt af en er is een sterkere daling van geluksgevoelens dan bij inwoners die geen moeite hebben met rondkomen. De groep die moeite heeft met rondkomen ervaart ook een sterkere stijging van psychische aandoeningen, belemmeringen in hun dagelijkse bezigheden, chronische aandoeningen in het algemeen en hart- en vaatziekten in het bijzonder, dan de groep die geen heeft moeite met rondkomen.
 
Goed ervaren gezondheid naar rondkomen

Gezondheidsverschillen tussen groepen met een verschillende opleiding worden groter doordat bij Utrechters met alleen basisonderwijs het risico op een angststoornis of depressie, belemmeringen in hun dagelijkse bezigheden en hart- en vaatziekten sterker stijgen dan bij mensen met een hogere opleiding. 

De gezondheidsverschillen tussen groepen met een verschillende migratieachtergrond worden over het algemeen kleiner doordat Utrechters met een niet-westerse migratieachtergrond de laatste jaren steeds minder vaak een psychische of lichamelijke chronische aandoening, zoals diabetes, rapporteren. Ook is hun vertrouwen in de toekomst in 2018 toegenomen vergeleken met 2016. Uitzondering zijn verschillen in belemmeringen. Die worden groter, doordat het aandeel Utrechters met een migratieachtergrond dat zich belemmerd voelt door aandoeningen stijgt tussen 2016 en 2018.
 
Minimaal twee chronische aandoeningen naar migratieachtergrond

  Leefstijl
De verschillen in leefstijl in Utrecht worden over het algemeen kleiner doordat groepen met een ongezondere leefstijl een sterkere stijging of een mindere sterkere daling in gezond gedrag laten zien dan andere groepen. Vooral de verschillen tussen jongere en oudere volwassenen worden kleiner, doordat de jongere Utrechters zich (sneller) gezonder zijn gaan gedragen. Ze zijn minder overmatig en zwaar alcohol gaan drinken en sneller minder gaan roken en meer ontbijten. Volwassenen jonger dan 40 jaar zijn ook minder gaan bewegen. Hierdoor is het verschil in beweging tussen jongere en oudere Utrechters, die al minder bewogen, ook kleiner geworden. Dit is echter een onwenselijke afname van het verschil, omdat er nu meer mensen minder bewegen. De verschillen tussen mannen en vrouwen worden kleiner, doordat mannen hun achterstand op vrouwen inlopen door een sterkere daling van hun overgewicht en overmatig alcoholgebruik. 

Verschillen in leefstijl worden wel groter tussen groepen met een verschillend opleidingsniveau en moeite met rondkomen. Utrechters met alleen basisonderwijs hebben steeds vaker ernstig overgewicht (obesitas) en ontbijten steeds minder vaak. Uitzondering zijn de verschillen in alcoholgebruik naar opleidingsniveau, die worden kleiner. De daling van overmatig of zwaar alcohol drinken is sterker bij Utrechters met een mbo-opleiding dan bij Utrechters met alleen basisonderwijs. Inwoners die moeite hebben met rondkomen zijn de afgelopen tijd vaker overmatig alcohol gaan drinken dan inwoners die geen moeite hebben met rondkomen.
 
Obesitas naar opleiding

Terug naar overzicht
 

Gezondheidszorg

Veranderingen tijdens de coronacrisis

Door uitgestelde of geannuleerde zorg tijdens de coronacrisis lopen met name mensen met chronische aandoeningen en mensen met beginnende gezondheidsklachten een risico op gezondheidsschade doordat zij niet tijdig of niet voldoende zorg kregen. Daarnaast neemt zorgmijding toe, vaak vanwege angst om besmet te raken. Veel mensen ervaren belemmeringen in de toegang tot zorg, zoals praktische barrières in het reizen naar een zorglocatie, het stilleggen van zorg door buurtteams Sociaal en buurtteams Jeugd & Gezin en dagbestedingsactiviteiten in de eerste golf en het op afstand en digitaal organiseren van GGZ zorg. Dit treft vooral ouderen, mensen met een lichamelijke of met een licht verstandelijke beperking en mensen met psychische aandoeningen en mensen met beperkte digitale vaardigheden. Dit leidt tot mogelijke verzwaring van hun problematiek en daarmee grotere gezondheidsverschillen.


Verschillen in Utrecht

Op het terrein van gezondheidszorg zien we dat inwoners die moeite hebben met rondkomen en inwoners met een migratieachtergrond in 2018 minder vaak tevreden zijn over hun zorgverlener. Daarnaast geven deze groepen, en ook inwoners met een lager opleidingsniveau, vaker aan dat zij benodigde medische of tandheelkundige zorg niet hebben ontvangen en dat ze medische zorg afzeggen, uitstellen of weigeren vanwege de kosten.

Van de Utrechters met alleen basisonderwijs geeft 18% aan dat zij een medische of tandheelkundige behandeling nodig hadden, maar die niet hebben ontvangen. Dit is 7% van de Utrechters met een hbo- of wo-opleiding. Utrechters die moeite hebben met rondkomen geven ruim vier keer zo vaak aan dat zij benodigde medische zorg niet hebben ontvangen dan Utrechters die geen moeite hebben met rondkomen. 

Benodigde medische of tandheelkundige zorg niet ontvangen naar opleiding, 2018

Lager opgeleide Utrechters ontvangen vaker niet de zorg die zij nodig hebben. 18% geeft dit aan in 2018.

Medische zorg afzeggen, uitstellen of weigeren vanwege de kosten komt vaker voor onder inwoners jonger dan 40 jaar, inwoners met alleen basisonderwijs en inwoners met een migratieachtergrond. Van de volwassenen die moeite hebben met rondkomen heeft 32% zorg afgezegd, uitgesteld of geweigerd vanwege de kosten. Dit is lager onder volwassenen die geen moeite hebben met rondkomen, namelijk 5%.

Deelname aan de screening op baarmoederhalskanker is lager bij vrouwen die moeite hebben met rondkomen dan bij vrouwen die geen moeite hebben met rondkomen (66% tegenover 83%). De griepprik wordt het vaakst gehaald door 80-plussers, onder andere leeftijdsgroepen is het percentage dat na een oproep de griepprik haalt lager.

Utrechters van 55 tot 64 jaar geven het vaakst mantelzorg, evenals Utrechters met een lbo, mavo of vmbo-opleiding.
 
Mantelzorg geven naar leeftijd, 2018
Lager opgeleide Utrechters ontvangen vaker niet de zorg die zij nodig hebben. 18% geeft dit aan in 2018.

Ontwikkeling in de verschillen tot aan 2019

De verschillen op het terrein van gezondheidszorg in Utrecht nemen over het algemeen toe. Een uitzondering zijn de verschillen in tevredenheid met gezondheidszorgvoorzieningen in de stad. Deze worden kleiner, doordat de Utrechters die minder tevreden waren, zoals mannen en ouderen, een inhaalslag maken.
 
Tevreden met gezondheidsvoorzieningen in de stad naar geslacht

Verschillen in mantelzorg geven worden groter doordat vooral de groepen die al veel zorg verleenden, zoals mensen met een lbo- of mavo-opleiding en volwassenen van 55 tot 64 jaar, dat steeds meer gaan doen.
Verschillen in het niet ontvangen van medische of tandheelkundige zorg die men wel nodig had, worden groter door een sterkere stijging bij groepen die al vaker zorg misten, zoals mensen met alleen basisonderwijs of die moeite hebben met rondkomen.
 
Benodigde zorg niet ontvangen naar rondkomen

Terug naar overzicht
 

Inkomenssituatie

Veranderingen tijdens de coronacrisis

Voor veel Utrechters is er sinds de coronacrisis sprake van toegenomen onzekerheid over het inkomen. We zien in Utrecht een toename in het beroep op inkomensondersteuning zoals WW- en bijstandsuitkeringen tijdens de eerste lockdown en een afvlakking na de zomer van 2020. Vooral jongeren en jongvolwassenen verliezen werk en inkomen omdat ze vaak werken in sectoren die gesloten zijn vanwege corona, werken op basis van tijdelijke contracten en vaak nauwelijks WW opgebouwd hebben. Mensen met een onzekere inkomenspositie ervaren, onder andere vanwege de stress, negatieve effecten op hun gezondheid en welzijn. De getroffen jongeren en jongvolwassenen zijn daarom een nieuwe risicogroep wat betreft gezondheidsachterstanden.

Ondanks de verwachting dat het aantal schulden gaat oplopen, zien we in Utrecht geen toename van het aantal hulpvragen op het gebied van schulden, en is het aantal meldingen over betalingsachterstanden bij woningcoöperaties, zorgverzekeringen en nutsbedrijven teruggelopen. Landelijk is er een toename in spaargeld doordat mensen vakantiegeld hebben opgespaard en zijn er signalen dat huishoudens die al schulden hadden, nu beter in staat zijn om een deel van de schulden af te lossen.

Verschillen in Utrecht

Financiële problemen, zoals een laag inkomen, moeite met rondkomen of schulden, zijn het grootst bij inwoners met alleen basisonderwijs, met een niet-westerse migratieachtergrond of die in Overvecht of Zuidwest wonen. Volwassenen met alleen basisonderwijs hebben in 2018/2019 drie keer zo vaak moeite met rondkomen en problematische schulden dan volwassenen met een hbo- of wo-opleiding. Utrechters met een niet-westerse migratieachtergrond geven ongeveer 3,5 keer zo vaak aan dat zij problematische schulden hebben dan Utrechters zonder een migratieachtergrond. Inwoners van 45 tot 65 jaar ontvangen vaker een bijstandsuitkering en hebben vaker problematische schulden dan andere leeftijdsgroepen.

De Gini-coëfficiënt geeft de verdeling van inkomens over de huishoudens in Utrecht weer. Hoe dichter de waarde bij de 0 ligt, hoe gelijker de inkomens zijn verdeeld over alle huishoudens in de stad. Voor Utrecht is de Gini-coëfficiënt 0,29 en voor Nederland 0,28 in 2018. Er zijn in Utrecht verschillen in inkomensongelijkheid tussen wijken. In Oost en Binnenstad zijn de inkomens minder gelijk verdeeld, hier ligt de Gini-coëfficiënt op 0,35 en 0,33.

Inkomensongelijkheid (Gini) in Utrecht naar wijk, 2018

In Oost en Binnenstad zijn inkomens minst gelijk verdeeld. In de andere wijken ligt de Gini-coëfficient op het Utrechtse gemiddelde of lager.
 

In 2018 leeft 32% van de huishoudens in de wijk Overvecht van een laag inkomen, onder de Utrechtse armoedegrens (125% van het Wettelijk Sociaal Minimum). In Vleuten-De Meern is dit met 8% het laagst van alle wijken. Bijna een kwart van de huishoudens in Overvecht leeft al vier jaar of langer van een inkomen onder de Utrechtse armoedegrens. In Overvecht (7%) ontvangen inwoners ook vaker een arbeidsongeschiktheidsuitkering dan in andere wijken.

Huishoudens met een inkomen tot 125% Wettelijk Sociaal Minimum, 2018

Ontwikkeling in de verschillen tot aan 2019

De verschillen in problematische schulden en het hebben van voldoende geld voor een lidmaatschap of visite in Utrecht worden eerder groter dan kleiner. Een uitzondering zijn de verschillen in moeite met rondkomen die stabiel zijn of kleiner lijken te worden. Dit komt door een snellere daling van moeite met rondkomen in de groepen die het vaakst moeite met rondkomen hebben, zoals volwassenen jonger dan 80 jaar en Utrechters met een niet-westerse migratieachtergrond.
 
Moeite met rondkomen naar migratieachtergrond

Hoewel steeds minder mensen in Utrecht moeite hebben met rondkomen, lijkt hun financiële situatie slechter te worden. Ze hebben in 2016 minder vaak voldoende geld voor een lidmaatschap van een vereniging of visites dan in 2012. We hebben geen informatie over hun schulden. Ook inwoners van Overvecht hebben steeds minder vaak geld om op visite te gaan, waardoor het verschil met inwoners van andere wijken groter lijkt te worden.
 
Voldoende geld voor visite naar rondkomen
Verschillen in problematische schulden nemen toe, omdat de daling van schulden in Utrecht vooral ten goede komt aan de groepen die al minder schulden hadden, zoals hoger opgeleiden en inwoners zonder migratieachtergrond. De verschillen in problematische schulden tussen wijken worden wél kleiner, doordat schulden sterker dalen in wijken waar veel schulden voorkomen, zoals Overvecht en Zuidwest, dan in andere Utrechtse wijken.
 
Terug naar overzicht
 

Opleiding en vaardigheden

Veranderingen tijdens de coronacrisis

Zowel landelijk als in Utrecht zien we dat leerlingen, scholieren en studenten leervertraging oplopen door het uitvallen van onderwijs en het geven van digitaal in plaats van fysiek onderwijs. Met name leerlingen en scholieren met ouders met een laag opleidingsniveau, uit gezinnen met beperkte digitale middelen of gezinnen met veel en/of jonge kinderen lopen leervertraging op. Met veel van deze kinderen ging het al minder goed op school waardoor de al bestaande verschillen in opleidingskansen en -niveaus worden vergroot. Daarnaast zien we dat het voor mbo-studenten lastig is om een (passende) stage te vinden, wat aansluiting op de arbeidsmarkt bemoeilijkt. Het is aannemelijk dat dit ook leidt tot grotere verschillen in de ontwikkeling, gezondheid en welzijn van kinderen en jongeren en mogelijk zelfs nog in het volwassen leven van deze generatie.

Verschillen in Utrecht

Verschillen in opleiding en vaardigheden beginnen al op jonge leeftijd. Achterstanden komen vooral voor bij kinderen en jongeren die in Overvecht of Zuidwest wonen. Volwassenen met een lager opleidingsniveau zijn vaker ouder, hebben vaker een niet-westerse migratieachtergrond en moeite met rondkomen. Utrechters met alleen basisonderwijs en Utrechters van 80 jaar en ouder hebben minder digitale en gezondheidsvaardigheden en minder regie over het eigen leven.

Voorschoolse educatie is er voor kinderen van 2,5 tot 4 jaar met een (risico op) taal- en/of ontwikkelingsachterstand. In de wijken Overvecht (63%) en Zuidwest (49%) wonen de meeste kinderen met een indicatie voor voorschoolse educatie. In deze wijken wonen ook de meeste kinderen bij wie op 5- of 6-jarige leeftijd problemen in de taalontwikkeling worden gesignaleerd. 6% van de Utrechtse jongeren van 17 tot 23 jaar heeft geen startkwalificatie behaald en staat niet op een school ingeschreven. In Overvecht ligt dit percentage op 12%, in de wijken Noordoost en Oost is dit 2% van de jongeren.
 
Jongeren (17-23 jaar) met startkwalificatie of schoolinschrijving, 2020

Verschillen in vaardigheden en regie op volwassen leeftijd zien we vooral naar opleidingsniveau en leeftijd. Volwassenen met alleen basisonderwijs ervaren bijna negen keer zo vaak onvoldoende regie over hun eigen leven dan volwassenen met een hbo- of wo-opleiding. Utrechters van 80 jaar en ouder ervaren vaker onvoldoende regie over het eigen leven dan 19- tot 39-jarigen (22% tegenover 4%).

Lagere gezondheidsvaardigheden komen minder vaak voor als het opleidingsniveau stijgt. Toch heeft ook een derde van de Utrechters met een hbo- of wo-opleiding lagere gezondheidsvaardigheden. Utrechters met alleen basisonderwijs geven drie keer zo vaak aan dat zij moeite hebben om digitale afspraken te maken dan hoogopgeleiden. Zij voelen zich ook veel vaker digitaal beperkt doordat ze internet niet (goed) kunnen gebruiken dan Utrechters met een hbo- of wo-opleiding. De gezondheidsvaardigheden en digitale vaardigheden zijn ook lager onder 65-plussers en volwassenen met een niet-westerse migratieachtergrond.
 
Lage gezondheidsvaardigheden (2018) en zich digitaal beperkt voelen (2019)

Ontwikkeling in de verschillen tot aan 2019

Het opleidingsniveau van volwassenen in Utrecht stijgt. Er zijn steeds minder Utrechters met alleen basisonderwijs. Deze daling is sterker bij 55-plussers en Utrechters met een niet-westerse migratieachtergrond, waardoor de verschillen in een lager opleidingsniveau tussen leeftijdsgroepen en inwoners met een verschillende migratieachtergrond kleiner worden. De verschillen in digitale vaardigheden en regie over het eigen leven zijn groter geworden.

De verschillen in regie over het eigen leven zijn tussen 2008 en 2014 groter geworden, doordat inwoners met alleen basisonderwijs of die moeite hebben met rondkomen een verslechtering ervaren. Sinds 2014 blijven de verschillen even groot.
 
Onvoldoende regie over eigen leven naar opleiding

De verschillen in digitale vaardigheden tussen groepen met een verschillende migratieachtergrond worden over het algemeen groter. Het percentage Utrechters met een niet-westerse migratieachtergrond dat hulp nodig heeft bij het gebruik van internet of dat zich beperkt voelt doordat ze dat niet kunnen, neemt toe. Hierdoor wordt het verschil met Utrechters zonder migratieachtergrond groter. Ook in Overvecht stijgt het percentage inwoners dat hulp nodig heeft bij internet, waardoor de verschillen tussen wijken ook groter worden.

Een uitzondering is het maken van digitale afspraken. Verschillen hierin tussen leeftijdsgroepen en Utrechters met een verschillende migratieachtergrond lijken kleiner te worden. Utrechters met een niet-westerse migratieachtergrond hebben steeds minder vaak moeite met digitale afspraken maken. Ook ouderen lopen hun achterstand in het maken van digitale afspraken op jongere Utrechters iets verder in.
 
Moeite met digitaal afspraken maken naar migratieachtergrond

Terug naar overzicht
 

Werksituatie


Veranderingen tijdens de coronacrisis

Op het gebied van werksituatie en arbeidsomstandigheden zien we in coronatijd een toename in werkloosheid in sectoren die te maken hebben met groot omzetverlies en dreigende faillissementen, zoals horeca en toerisme. Dit raakt met name jongeren, laagopgeleiden, mensen met een migratieachtergrond en mensen met een arbeidsbeperking. Thuiswerken tijdens corona heeft zowel positieve als negatieve effecten op fysieke en mentale gezondheid. Met name gezinnen met werkende ouders en jonge kinderen hebben veel stress ervaren tijdens de perioden van een lockdown. Positieve ervaringen zijn meer rust om taken uit te voeren, meer flexibiliteit voor werknemers om eigen keuzes te maken, en minder reistijd. Mensen met een contact- of vitaal beroep lopen een groter risico op besmetting met het coronavirus. In vitale beroepen, zoals zorg en onderwijs, neemt de werkdruk toe. De verwachting is dat deze ontwikkelingen bestaande gezondheidsverschillen vergroten en dat daarnaast nieuwe groepen problemen krijgen met hun gezondheid, zoals mensen met contact- en vitale beroepen en jongeren..

Verschillen in Utrecht

In 2019 is in Utrecht het percentage inwoners dat betaald werk heeft het hoogst in de leeftijdsgroep 25 tot 45 jaar (87%). In de jongere (15 tot 25 jaar) en oudere (45 tot 75 jaar) leeftijdsgroepen ligt de arbeidsparticipatie lager, namelijk rond 63%. Het percentage huishoudens met inkomen uit loon verschilt naar wijk. In de wijk Overvecht heeft 55% van de huishoudens inkomen uit loon, in de wijk Leidsche Rijn ligt dit op 82%.

Mensen met een lager opleidingsniveau en jongvolwassenen zijn vaker werkloos. De werkloosheid onder 15- tot 25-jarigen is ruim twee keer zo hoog dan onder Utrechters van 25 jaar en ouder. Inwoners met ten hoogste een mbo-1 opleiding zijn 4,5 keer zo vaak werkloos als inwoners met een hbo- of wo-opleiding.
Er zijn geen cijfers over de werkomstandigheden van verschillende groepen in Utrecht.
 
Werkloosheid naar opleiding, 2019

Van de Utrechters met alleen basisonderwijs is 8% werkloos. Met een havo, vwo of mbo 2 t/m 4 opleiding 6%. Met een hbo- of wo-opleiding 2%.

Ontwikkeling in de verschillen tot aan 2019

Verschillen in zelf-gerapporteerde werksituatie worden kleiner door een verbetering van de situatie van Utrechters van 55 jaar en ouder, inwoners met alleen basisonderwijs, de groep die moeite heeft met rondkomen, inwoners met een migratieachtergrond en inwoners van de wijken Overvecht, Leidsche Rijn en Zuid. Hierdoor lopen ze hun achterstand op andere groepen in. Vooral onder Utrechters van 55 jaar en ouder en inwoners van Overvecht is een sterkere stijging in betaald werk en een sterkere daling in werkloosheid te zien. De andere genoemde groepen laten vooral een sterkere daling in werkloosheid zien.
 
Zelf-gerapporteerde werkloosheid naar wijk

Terug naar overzicht
 

Fysieke omgeving

Veranderingen tijdens de coronacrisis

Het belang van een gezonde leef- en woonomgeving is toegenomen in coronatijd. Mensen zijn door de lockdown maatregelen meer afhankelijk geworden van de beschikbare ruimte in en om het huis. Een gebrek aan ruimte heeft nu ernstigere consequenties, zoals meer geluidshinder en toegenomen stress in gezinssituaties. Dit geldt voor Utrechters die met veel mensen in kleinere woningen leven of die wonen in wijken met weinig groene ruimte voor ontmoeten en recreëren. We verwachten dat de bestaande gezondheidsachterstanden van bewoners in ongunstige woon- en leefomstandigheden toenemen in coronatijd. Voor veel Utrechters heeft het langdurig sluiten van sportscholen/-verenigingen, culturele voorzieningen en andere vrijetijdslocaties een negatief effect op hun gezondheid omdat ze minder gelegenheid hebben om te ontspannen, sociale contacten te onderhouden, en - letterlijk en figuurlijk - in beweging te blijven.

Verschillen in Utrecht

De grootste verschillen in woon- en leefomstandigheden zijn in Utrecht tussen wijken te zien. Met name inwoners van Zuidwest en Overvecht ervaren een minder prettige woonsituatie en woonomgeving. Volwassenen jonger dan 40 jaar, met een lager opleidingsniveau, die moeite hebben met rondkomen of met een migratieachtergrond zijn minder vaak positief over (het onderhoud van) hun woning.
 
Woonomstandigheden
Utrechters uit Overvecht geven zes keer zo vaak aan dat hun woning slecht onderhouden is dan Utrechters uit Leidsche Rijn of Vleuten-De Meern. Volwassenen jonger dan 40 jaar geven ruim 4,5 keer zo vaak aan dat zij een te kleine woning hebben dan 65-plussers en hebben vaker een slecht onderhouden woning. Utrechters met een hbo- of wo-opleiding zijn vaker zeer tevreden met hun woning dan Utrechters met alleen basisonderwijs. Laagopgeleide Utrechters geven ruim 2,5 keer zo vaak aan dat hun woning slecht onderhouden is dan hoogopgeleiden. Utrechters met alleen basisonderwijs en Utrechters met een niet-westerse migratieachtergrond hebben ook minder vaak voldoende geld om hun woning te verwarmen.
 
Wonen in een slecht onderhouden huis naar wijk, 2019
Woonomgeving en groen
Inwoners uit Vleuten-De Meern zijn ruim twee keer zo vaak zeer tevreden over hun woonomgeving dan inwoners uit Overvecht en uit Zuidwest. 29% van de inwoners van Overvecht ervaart hun buurt als onprettig. Dit is 3% in de wijken Noordoost en Oost. Ernstige geluidshinder door wegverkeer wordt vaker gerapporteerd in Overvecht en Zuidwest (beiden 17%). Utrechters uit de wijk West zijn vaker ontevreden over het openbaar vervoer en Utrechters uit de Binnenstad hebben vaker last van beperkt toegankelijke bushaltes. Inwoners van de wijk Zuidwest zijn het minst positief over het groen in de buurt. De helft van de volwassenen in Zuidwest vindt dat er onvoldoende groen in de buurt is. Het bezoek aan groen in de buurt is in Zuidwest lager dan in andere wijken.
 
Buurt als onprettig ervaren naar wijk, 2019

Ontwikkeling in de verschillen tot aan 2019

Woonomstandigheden
De verschillen in woonomstandigheden nemen over het algemeen toe. Vooral de achterstand in de woonsituatie van inwoners met alleen basisonderwijs of die moeite hebben met rondkomen wordt groter.

De tevredenheid van Utrechters met hun woning stijgt over het algemeen, behalve bij inwoners met alleen basisonderwijs of die moeite hebben met rondkomen. Hierdoor wordt het verschil met andere groepen groter. Ook in Overvecht en Zuidwest zien we geen stijging van de tevredenheid met de woning. Utrechters met een niet-westerse migratieachtergrond zijn wel steeds vaker tevreden over hun woning.

De verschillen in een slecht onderhouden woning tussen hoog- en laagopgeleiden zijn de laatste tijd groter geworden. Inwoners met alleen basisonderwijs geven vaker aan dat hun woning slecht onderhouden is, terwijl dit percentage daalt onder inwoners met een hbo- of wo-opleiding. De verschillen in wonen in een te kleine woning worden kleiner, doordat inwoners met alleen basisonderwijs steeds minder vaak in een te kleine woning wonen.
 
Zeer tevreden met woning en wonen in een te kleine woning naar opleiding


Woonomgeving
De verschillen in de beleving van de woonomgeving in Utrecht zijn redelijk stabiel. Verschillen tussen groepen met een verschillende migratieachtergrond worden zelfs kleiner. De algemene tevredenheid over de woonomgeving en tevredenheid met de netheid van de woonomgeving stijgt sterker onder inwoners met niet-westerse migratieachtergrond dan onder andere groepen.
De verschillen in geluidshinder worden wel groter sinds 2010, doordat de hinder toeneemt bij groepen die er al vaker last van hebben, zoals inwoners met een lagere opleiding en de groep die moeite heeft met rondkomen.

Ook verschillen tussen wijken zijn stabiel. Een uitzondering zijn de verschillen in algemene tevredenheid met de woonomgeving. Deze worden iets groter doordat de tevredenheid verder daalt in Overvecht en Zuidwest, waar deze al het laagst was (samen met Noordwest).
 
Zeer tevreden met woonomgeving naar wijk

Groen
De verschillen in beleving en gebruik van het groen in Utrecht worden over het algemeen kleiner. Verschillen tussen wijken in de toegankelijkheid van groen in de buurt en het gebruik van groen in de buurt worden kleiner. Dit komt door een sterkere stijging in Noordwest en Zuidwest, waar de toegankelijkheid en het gebruik het laagst waren. De verschillen in het percentage inwoners dat vindt dat er voldoende groen is in de buurt nemen iets toe. De laag scorende wijken Zuidwest en Binnenstad blijven namelijk achter bij de stijging in voldoende groen in de andere wijken van Utrecht.
 
Wekelijks bezoek groen in de buurt naar wijk

De verschillen in park- en natuurbezoek in Utrecht worden over het algemeen kleiner, doordat het bezoeken van groen vooral stijgt bij groepen die dat eerst het minst vaak deden. Dit gaat om 80-plussers, inwoners uit Vleuten-De Meern en Leidsche Rijn en de groep inwoners die geen moeite heeft met rondkomen. Een uitzondering zijn de verschillen in natuurbezoek tussen groepen die wel of geen moeite hebben met rondkomen. Die worden groter omdat het natuurbezoek van de groep die geen moeite heeft met rondkomen verder daalt, terwijl ze al minder vaak gingen.
 
Terug naar overzicht
 

Veiligheid

Veranderingen tijdens de coronacrisis

In Utrecht nam cybercrime, identiteitsfraude en fraude met onlinehandel toe in coronatijd. Met name mensen met beperkte taal- en digitale vaardigheden kunnen zich minder goed wapenen tegen deze vormen van criminaliteit. Dit vergroot hun risico om slachtoffer te worden. Verder steeg het aantal meldingen bij de politie en de gemeente Utrecht over jongerenoverlast in Utrecht in 2020 ten opzichte van 2019. De sociale veiligheid en leefbaarheid verslechterde in wijken met veel sociale, psychische en schuldenproblematiek, doordat verschillende professionals, zoals gebiedsmanagers veiligheid, wijkagenten, wijkboa’s, en jongerenwerkers niet fysiek aanwezig konden zijn in de wijk. Dit had meer overlast en (drugs) criminaliteit tot gevolg. De al aanwezige gezondheidsachterstanden in deze wijken nemen daardoor waarschijnlijk toe.

Verschillen in Utrecht

Vooral vrouwen, ouderen en inwoners uit de wijken Overvecht en Zuidwest voelen zich vaker onveilig in huis en buitenshuis. Huiselijk geweld speelt in 2018 vaker onder vrouwen en bij financiële problematiek. 12% van de vrouwen in Utrecht geeft aan dat zij ooit slachtoffer zijn geworden van huiselijk geweld, van de mannen is dit 5%. Van de volwassenen die moeite hebben met rondkomen is 18% ooit slachtoffer geweest van huiselijk geweld. Dit is 7% onder volwassenen die geen moeite hebben om rond te komen.
 
Slachtoffer huiselijk geweld naar rondkomen, 2018


In de openbare ruimte voelt 47% van de vrouwen in Utrecht zich wel eens onveilig in 2017. Dit is 29% onder mannen. Ook in de eigen buurt voelen vrouwen zich ongeveer 1,5 keer zo vaak onveilig dan mannen. 65-plussers voelen zich minder vaak onveilig dan volwassenen onder de 65 jaar. Groen in de buurt wordt het minst veilig gevonden door inwoners van de wijk Zuidwest. Kinderen uit de wijken Overvecht en Noordwest voelen zich tot wel zes keer zo vaak onveilig op speelplekken dan kinderen uit de wijken Noordoost en Oost. Volwassenen uit Overvecht en Zuidwest ervaren vaker overlast van jongeren dan volwassenen uit andere wijken.

Inwoners van de wijk West zijn het vaakst ontevreden over de verkeersveiligheid. 47% van de volwassenen geeft aan dat zij vaak last hebben van gevaarlijk verkeer. Utrechters uit de wijk Leidsche Rijn ervaren dit het minst vaak (18%). 
 
Onveilig voelen in de buurt naar geslacht, 2017
23% van de mannen en 37% van de vrouwen voelen zich onveilig in de buurt.

Ontwikkeling in de verschillen tot aan 2019

Verschillen in veiligheid in Utrecht worden voornamelijk kleiner. Er zijn geen specifieke groepen aan te wijzen waarin deze afname van verschillen in veiligheid het meest zichtbaar is. Uitzonderingen zijn de groeiende verschillen in verkeersveiligheid en het verschil in ervaren veiligheid tussen mannen en vrouwen

Verschillen in veiligheid tussen wijken in Utrecht worden soms groter en soms kleiner doordat wijken met meer problemen zowel verslechteringen als verbeteringen meemaken. Onder inwoners uit Overvecht is de overlast van jongeren sterker gestegen dan in andere wijken, waardoor de verschillen groter worden. Door de sterkere verbetering van algemene veiligheid en veiligheid in het groen in Overvecht, Noordwest en Zuidwest nemen de verschillen tussen wijken af. Ook nemen verschillen tussen wijken af, doordat de veiligheid verslechtert in wijken die het beste scoren. De afname van verschillen tussen wijken is dan het gevolg van een onwenselijke ontwikkeling. Dit gebeurt in Oost en Zuid met de daling van de verkeersveiligheid en in Vleuten-De Meern, Oost en West met de stijging van huiselijk geweld.
 
Verschillen in huiselijk geweld worden over het algemeen kleiner door een onwenselijke, sterkere stijging in groepen die er minder vaak mee te maken hebben, zoals 65-plussers, Utrechters met een niet-westerse migratieachtergrond of inwoners van Vleuten-De Meern, Oost en West. De verschillen in huiselijk geweld worden wel groter tussen groepen die wel of geen moeite hebben met rondkomen. Er is een sterkere stijging te zien bij de groep die moeite heeft met rondkomen, waar het ook al vaker voorkwam.

Verschillen in overlast van jongeren in de buurt worden over het algemeen kleiner door een sterkere daling in de groepen die daar het meeste last van hebben, zoals 19- tot 39-jarigen of Utrechters met een niet-westerse migratieachtergrond. Het verschil tussen mannen en vrouwen in onveiligheidsgevoelens wordt groter doordat vrouwen zich nog vaker onveilig zijn gaan voelen en mannen minder vaak.
 
Vaak last van jongeren naar migratieachtergrond

Verschillen in verkeersveiligheid en last van gevaarlijk verkeer worden groter, doordat groepen die er het meest last van hebben, een verslechtering ervaren. Dit betreft inwoners met een hoger opleidingsniveau dan basisonderwijs en Utrechters zonder migratieachtergrond. Inwoners met alleen basisonderwijs en Utrechters met een niet-westerse migratieachtergrond blijven relatief tevreden. .
 
Ontevredenheid verkeersveiligheid naar opleiding

Terug naar overzicht
 

Sociale omgeving

Veranderingen tijdens de coronacrisis

Veel Utrechters ervaren negatieve veranderingen in de sociale omgeving in coronatijd, zoals minder contacten en, wellicht nog belangrijker, een afname van de kwaliteit van sociale contacten waardoor emotionele eenzaamheid ontstaat. Eenzaamheid neemt met name toe bij ouderen, jongeren en jongvolwassenen en mensen met weinig digitale middelen en vaardigheden. Daarnaast wordt verwacht dat het aantal gevallen van kindermishandeling en huiselijk geweld zal toenemen doordat er meer stress en spanningen zijn in gezinnen. We verwachten dat deze ontwikkelingen bestaande gezondheidsverschillen zullen versterken.

Verschillen in Utrecht

De sociale omgeving van ouderen, volwassenen met een lager opleidingsniveau en volwassenen met een niet-westerse achtergrond is over het algemeen minder gunstig dan van andere Utrechters. Ze zijn bijvoorbeeld vaker eenzaam, hebben minder contacten en zijn minder vaak maatschappelijk en sociaal betrokken.

Tussen opleidingsgroepen zijn de grootste verschillen in sociale omgeving te zien. Laagopgeleiden zijn vier keer zo vaak ernstig eenzaam dan hoogopgeleiden. Utrechters met een hbo- of wo-opleiding hebben vaker wekelijks contact met familie en vrienden. Ook doen ze twee keer zo vaak vrijwilligerswerk dan Utrechters met alleen basisonderwijs. We zien daarnaast dat hoger opgeleiden vaker invloed uitoefenen op beleid, plannen of activiteiten van de gemeente en maatschappelijke normen en waarden naleven, zoals glas naar de glasbak brengen of geld aan een goed doel geven. 13% van de volwassenen met een hbo- of wo-opleiding scoort hier laag op. Dit is 29% onder volwassenen die alleen basisonderwijs hebben afgerond.

Ernstige eenzaamheid komt twee keer zo vaak voor bij 80-plussers dan onder Utrechters onder de 40 jaar. Inwoners die moeite hebben met rondkomen zijn veel vaker ernstig eenzaam dan inwoners die geen moeite hebben met rondkomen.
 
Ernstig eenzaam naar rondkomen, 2018
25% van de mensen die moeite hebben met rondkomen is ernstig eenzaam. Bij mensen die geen moeite hebben met rondkomen is dit 7%.

Discriminatie wordt bijna 5,5 keer zo vaak ervaren door Utrechters met een niet-westerse achtergrond dan door Utrechters zonder migratieachtergrond. Inwoners uit de wijk Overvecht geven ruim drie keer zo vaak aan dat zij wel eens worden gediscrimineerd dan inwoners uit de Binnenstad.

Er zijn duidelijke verschillen tussen wijken in ervaren sociale cohesie. Utrechters uit Overvecht geven het minst vaak een voldoende aan de sociale cohesie in de buurt (41%). Onder inwoners uit Noordoost is dit percentage het hoogst, namelijk 77%.

Voldoende voor sociale cohesie naar wijk, 2019

Ontwikkeling in de verschillen tot aan 2019

Sociale contacten en eenzaamheid
Verschillen in sociale contacten en eenzaamheid in Utrecht worden over het algemeen groter. Dit geldt vooral voor verschillen naar opleidingsniveau en moeite met rondkomen. Groepen die al weinig sociale contacten hadden, zien de afgelopen jaren hun sociale netwerk afnemen. Dit geldt bijvoorbeeld voor inwoners met alleen basisonderwijs of de groep die moeite heeft met rondkomen. Het burencontact is gedaald bij volwassenen onder de 40 jaar en 55-plussers hebben steeds minder vaak mensen om op te vertrouwen. Het verschil met andere groepen wordt daarmee groter.
 
Veel mensen hebben om op te vertrouwen naar leeftijd

Verschillen in eenzaamheid worden groter door een snellere vereenzaming van groepen die al vaker eenzaam waren, zoals inwoners met alleen basisonderwijs, die moeite hebben met rondkomen, Utrechters met een niet-westerse migratieachtergrond of inwoners uit de wijk Overvecht. Verschillen in ervaren discriminatie schommelen. De ervaren discriminatie door Utrechters met een migratieachtergrond of alleen basisonderwijs daalt tussen 2012 en 2016, terwijl inwoners uit Overvecht en inwoners die moeite hebben met rondkomen vaker discriminatie ervaren.
 
Ernstig eenzaam naar opleiding


Maatschappelijke en sociale betrokkenheid en cohesie
Verschillen in maatschappelijke en sociale betrokkenheid worden over het algemeen kleiner. Verschillen naar opleidingsniveau worden kleiner doordat inwoners met alleen basisonderwijs vaker vrijwilligerswerk zijn gaan doen en vaker maatschappelijke normen en waarden naleven, zoals glas naar de glasbak brengen of geld aan een goed doel geven. De stijging van hun invloed op het gemeentelijk beleid blijft wel nog achter bij de rest.
 
Vrijwilligerswerk naar opleiding
Verschillen tussen wijken lijken kleiner te worden doordat wijken met minder sociaal kapitaal of sociale cohesie (Overvecht) of waar minder inwoners leven volgens de normen en waarden van onze samenleving (Noordwest en Zuidwest) hun achterstand op de rest lijken in te lopen. Verschillen in discriminatie tussen wijken lijken wel groter te worden tussen 2012 en 2016 door een stijging van ervaringen met discriminatie bij inwoners uit Overvecht.

Terug naar overzicht


 

Methode, indicatoren en databronnen


Methode VMU speciale uitgave gezondheidsverschillen en kansengelijkheid


Volwassenen

Deze speciale uitgave gaat over verschillen in gezondheid, leefstijl en onderliggende oorzaken op volwassen leeftijd, voornamelijk omdat de informatie hierover alleen over volwassenen beschikbaar is. Deze uitgave gaat dus niet over verschillen in de situatie van kinderen en jongeren en gaat niet in op intergenerationele ongelijkheid. Voor een goede weergave van sommige oorzaken worden gegevens over kinderen of jongeren gebruikt. Voorbeelden zijn het gebruik van voorschoolse educatie en jongeren met een startkwalificatie. Dat zijn namelijk goede indicatoren voor de kwaliteit en het functioneren van het onderwijssysteem en daarmee van de onderliggende oorzaak ‘opleiding en vaardigheden’.

Beschrijving van verschillen

We beschrijven verschillen in gezondheid, leefstijl en onderliggende oorzaken naar geslacht, leeftijd, opleiding, rondkomen, migratieachtergrond en woonwijk. In de tekst ligt de focus op verschillen en trends die statistisch significant of relevant zijn. Voor een complete weergave van de resultaten van alle verschillende uitsplitsingen van alle indicatoren verwijzen we naar de overzichtstabel met verschillen en trends.

Onderliggende oorzaken voor ongezondheid

We onderscheiden in deze speciale uitgave van de VMU verschillende onderliggende oorzaken, in navolging van de Wereld Gezondheidsorganisatie (World Health Organisation: WHO) en het G4 voorstel tegen kansenongelijkheid, te weten gezondheidszorg, inkomenssituatie, opleiding en vaardigheden, werksituatie en werkomstandigheden, fysieke omgeving, veiligheid en sociale omgeving.

Indicatoren

We hanteren voor het in kaart brengen van deze oorzaken zoveel mogelijk dezelfde indicatoren als de WHO en de G4 (zie tabel). De WHO heeft deze indicatoren gekozen op basis van hun beleidsrelevantie en geclassificeerd op basis van het aangrijpingspunt voor de aanpak van verschillen in de specifieke indicator middels (systemische) maatregelen. De indicator ‘mantelzorg geven’ zegt bijvoorbeeld iets over de manier waarop onze gezondheidszorg is georganiseerd en is daarmee een indicator voor de oorzaak ‘gezondheidszorg’. De indicator ‘onvoldoende geld om de woning te verwarmen’ zegt iets over de woningmarkt in Utrecht en is daarom een indicator voor de oorzaak ‘fysieke omgeving’.

Databronnen

De belangrijkste databronnen over gezondheid, leefstijl en de onderliggende oorzaken in Utrecht zijn de Gezondheidspeiling (19 jaar en ouder) en de Inwonersenquête (16 jaar en ouder). De meest recente gegevens uit de Gezondheidspeiling zijn verzameld in 2018 en die uit de Inwonersenquête in 2019. Ook is gebruikt gemaakt van registratiedata vanuit de Utrecht Monitor. De WHO rapporteert in hun Health Equity Status Report over in totaal 103 indicatoren. Deze tabel bevat de indicatoren waarover Utrechtse data beschikbaar zijn en uit welke databronnen deze afkomstig zijn. We rapporteren niet over alle indicatoren van de WHO. Zo zijn er geen gegevens beschikbaar over de levensverwachting of werkomstandigheden van verschillende groepen in Utrecht.

De in deze speciale uitgave beschreven inschatting van de ontwikkelingen in Utrecht tijdens de coronapandemie is gebaseerd op de volgende bronnen. Voor de beschrijving van veranderingen in gezondheidsverschillen en onderliggende oorzaken tijdens de coronapandemie is gebruik gemaakt van informatie uit landelijke rapporten (van o.a. het RIVM, het SCP, de GGDrU, Trimbos), aangevuld met lokale Utrechtse informatie uit raadsbrieven en rapportages (o.a. Studenten Onderzoek Samen en Platform 31). De resultaten uit deze inventarisatie zijn besproken en verder toegespitst op de Utrechtse context in 12 gesprekken met gemeenteambtenaren.

 Download speciale uitgave (PDF)