Taal- en spraakontwikkeling

49% van de Utrechtse 5- en 6-jarigen heeft baat bij extra aandacht voor hun taal- en spraakontwikkeling
Bij de helft van de leerlingen uit groep twee hebben logopedisten van de Jeugdgezondheidszorg bijzonderheden gesignaleerd in hun taal- en/of spraakontwikkeling. Dit geldt vaker voor jongens en leerlingen met een migratieachtergrond.

Meest gesignaleerde bijzonderheden in de taal- en spraakontwikkeling bij leerlingen uit groep twee:

Bij 24% van de leerlingen zijn spraakproblemen gesignaleerd, bij 12% afwijkend mondgedrag en bij 10% taalproblemen. Auditieve vaardigheidsproblemen en stemproblemen is bij 7% gesignaleerd.  

Voorbeelden van bijzonderheden in de taal- en spraakontwikkeling
*    Stemproblemen: heesheid, schorheid, verkeerde ademhaling, stem overbelasten
*    Auditieve vaardigheidsproblemen: problemen met auditief geheugen, auditieve verwerking
*    Taalproblemen: taalontwikkelingsachterstand of taalontwikkelingsstoornis
*    Afwijkend mondgedrag: duimen, verkeerd slikken, ademen door de mond
*    Spraakproblemen: articulatie, slissen, lispelen
Daarnaast is er screening op gehoorproblemen, problemen in vloeiendheid (zoals stotteren) en nasaliteit.

Bij leerlingen met bijzonderheden in de taal- en spraakontwikkeling is vooral voorlichting gegeven
Bij 26% van de gescreende leerlingen uit groep twee is voorlichting (informatie, advies, tips) gegeven aan hun ouders en/of docent over de gesignaleerde bijzonderheden. 15% van de leerlingen is doorverwezen naar een logopedist voor verder onderzoek en/of behandeling. Bij 7% van de leerlingen is sprake van beide; zij zijn doorverwezen en hun ouders en/of docent zijn voorgelicht. 

Bij 26% van de gescreende leerlingen uit groep twee is voorlichting gegeven aan ouders en/of docent, 15% is doorverwezen naar een logopedist, 7% is doorverwezen en hun ouders en/of docent zijn voorgelicht.

Vaker taalachterstand gesignaleerd bij leerlingen met een Turkse achtergrond
33% van de 5- en 6-jarigen met een Turkse achtergrond op basisscholen met veel leerlingen van lager opgeleide ouders scoorde een voldoende op de taalscreening. Gemiddeld scoort 72% van de leerlingen op deze scholen een voldoende.

Percentage leerlingen uit groep twee bij wie bijzonderheden zijn gesignaleerd in hun taal- en spraakontwikkeling:



Hoe gaat screenen op taal- en spraakontwikkeling in zijn werk?
Ruim 3.600 Utrechtse leerlingen uit groep twee zijn in het schooljaar 2015-2016 uitgenodigd voor een screening op taal- en spraakontwikkeling door logopedisten van de Jeugdgezondheidszorg. Kinderen die al logopedie ontvangen zijn vervolgens uitgesloten van screening omdat zij al in beeld zijn bij een professional (10% in 2015-2016). De overige kinderen worden gescreend op hun spraakontwikkeling. Bij kinderen met een (risico op of vermoeden van) achterstand in de taalontwikkeling nemen logopedisten ook een taalscreening af.



Lees verder over Taal- en spraakontwikkeling: