Naar de inhoud

Opleiding en inkomen

Veel Utrechters hebben een hbo- of wo-opleiding
Utrecht is in Nederland de gemeente met het hoogste percentage inwoners met een afgeronde hbo- of universitaire (wo) opleiding. Dit percentage neemt toe. In 2006 had 41% van de Utrechters tussen 15 en 75 jaar een afgeronde hbo- of wo-opleiding. In 2018 is dit 56%. Ongeveer een vijfde van de Utrechters heeft alleen basisonderwijs gevolgd of een vmbo- of  mbo-opleiding niveau 1 afgerond.1

Utrecht is in Nederland de gemeente met het hoogste percentage inwoners met een afgeronde hbo- of universitaire opleiding. 56% is hbo- of wo-opgeleid.

Hbo en wo-opgeleiden hebben vaker een betere gezondheid
Mensen met een hbo- of wo-opleiding hebben gemiddeld een betere gezondheid en betere leefomstandigheden dan inwoners met een andere opleiding. Onder andere door de groei van die groep, gaat het gemiddeld beter met de gezondheid in Utrecht. Dit betekent niet altijd dat de gezondheid in alle opleidingsgroepen beter wordt. Zo neemt bijvoorbeeld het aantal mensen met meerdere chronische aandoeningen toe in alle opleidingsgroepen. Stedelijk is dit beeld niet zichtbaar, door groei van de groep hbo- en wo-opgeleiden waar deze problematiek beduidend minder voorkomt.

Trends in twee of meer lichamelijke chronische aandoeningen, naar laatst afgeronde opleiding:

 Het aantal inwoners met twee of meer lichamelijke chronische aandoeningen neemt in alle opleidingsgroepen toe.

(Bron: Gezondheidspeiling 2008, 2012, en 2016)

Minder middeninkomens in Utrecht
In vergelijking met Nederland wonen in Utrecht minder inwoners met een middeninkomen en meer inwoners met een hoog inkomen. In vergelijking met Amsterdam, Rotterdam en Den Haag heeft Utrecht relatief weinig huishoudens met een laag en veel met een hoog inkomen.2

Verdeling van inkomens van huishoudens (zonder studenten), in vergelijking met landelijk:

Utrecht heeft meer huishoudens met hoge inkomens en minder huishoudens met lage inkomens dan de andere grote steden.


Wat is een laag inkomen?
Het wettelijk sociaal minimum (WSM) is het bedrag dat iemand minimaal nodig heeft om van te leven. Hoe hoog dit bedrag is, wordt door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vastgesteld. Afhankelijk van leeftijd en leefsituatie, bijvoorbeeld of iemand samenwoont, is het wettelijk sociaal minimum hoger of lager. Inwoners van Utrecht kunnen gebruik maken van regelingen uit de Utrechtse armoedeaanpak wanneer hun inkomen lager is dan 130% van het wettelijk sociaal minimum. Een inkomen dat lager is dan 101% van het wettelijk sociaal minimum komt min of meer overeen met bijstandsniveau.3

Meer kinderen in gezinnen met een langdurig laag inkomen
Het aantal kinderen in huishoudens met een laag inkomen (tot 130% van het WSM) neemt licht toe. In 2017 groeide 14% van de Utrechtse kinderen op in huishoudens met een inkomen tot 130% van het WSM. Dit zijn 9.500 kinderen. 5.500 van deze kinderen groeiden op in een huishouden dat vier jaar of langer van een laag inkomen leefde  en 1.600 van deze kinderen groeiden op in een huishouden dat vier jaar of langer van een inkomen op bijstandsniveau leefde. Deze laatste groep is de afgelopen jaren groter geworden.3


 

Meer lage inkomens in Overvecht, Noordwest, Zuid en Zuidwest
Naar schatting leeft bijna 18% van de Utrechtse huishoudens van een laag inkomen. De helft van deze groep leeft van een inkomen op bijstandsniveau (tot 101% van het WSM). Een op de tien Utrechtse huishoudens leeft vier jaar of langer van een laag inkomen. In Utrecht komt een laag inkomen vaker voor bij alleenstaanden en eenoudergezinnen, onder jongvolwassenen tot 25 jaar, 65-plussers  en onder mensen met een niet-westerse migratieachtergrond.3

Percentage huishoudens met een laag inkomen, per wijk:

In de wijken Overvecht, Noordwest, Zuidwest en Zuid hebben meer huishoudens een laag inkomen.


Bronnen:
1 CBS, 2019
2 CBS, 2019
3 Gezondheidspeiling 2008, 2010, 2012, Gemeente Utrecht



Lees verder over Opleiding en inkomen:

Kan deze website beter?